4.d. Bloedparameters
Van belang bij het onderzoeken van de voedingstoestand zijn de volgende waarden: albumine, prealbumine, CRP, transferrine, hemoglobine, ureum en kreatine, lymfocyten en puntdeficienties.
Albumine

Albumine is te gebruiken in een Nutritional Assessment, omdat een snelle daling van de concentratie een teken is van toenemende inflammatoire reactie. Stijgend albumine kan worden beschouwd als verbetering, hetgeen wil zeggen dat de patiŽnt in een anabole situatie komt.
CRP

Een verhoogd gehalte C-Reactive Protein duidt op inflammatie. Het kan verduizendvoudigen als reactie op ontsteking, sepsis of infectie. CRP kan worden gebruikt om de stressrespons te monitoren tijdens de acute fase.
Hemoglobine

Deze parameter kan gebruikt worden om de ziekte respons van de patiŽnt in te schatten. Bij ziekte daalt het Hb snel.
Kreatine

Kreatinine kan in bepaalde gevallen worden gebruikt om een indicatie van de hoeveelheid spiermassa te krijgen. Bij een normale nierfunctie kan een dalend kreatinine een maat zijn voor verminderde spiermassa. Kreatinine ontstaat namelijk door omzetting van kreatine naar kreatinine in het spierweefsel.
Lymfocyten

Als er geen andere hematologische afwijkingen zijn, kan het totaal lymfocytengetal als indicatie voor eiwit/ energieondervoeding worden gezien. Het is echter geen gevoelige marker voor ondervoeding, omdat het zeer traag reageert op herstel van ondervoeding. Het aantal lymfocyten kan verhoogd zijn bij ontsteking, radio- en chemotherapie.
Prealbumine

Prealbumine is een gevoelige indicator voor eiwitdeficiŽntie en van de verbetering van de eiwitstatus bij hervoeden. Prealbumine stijgt onder invloed van voedingstherapie, ook als de ziekte niet verbetert. Het daalt snel bij lage energieintake, zelfs bij voldoende eiwitintake.
Puntdeficiënties

Screening op puntdeficiŽnties op basis van medische- en voedingsanamnese (bijvoorbeeld bij short bowel: Mg, Se, Zn). Pas bij ernstige tekorten is aan de bloedparameters te zien dat bijvoorbeeld zink en ijzer zijn gedaald.

Transferrine

Dit eiwit wordt gesynthetiseerd in de lever. Het is een transporteiwit voor ijzer en zink. De halfwaardetijd bedraagt 9 dagen. Transferrine kan beter als indicator voor de voedselintake worden gebruikt in de thuissituatie dan in de acute zorg. 
Ureum

Ureum wordt geproduceerd door de lever, met name bij afbraak van aminozuren. Ureumproduktie wordt vergroot na een eiwitrijke maaltijd en bij toegenomen endogeen katabolisme (bij infecties, inwendige bloedingen, intoxicaties, koorts en na weefselbeschadiging).