Prevalentie van ondervoeding in ziekenhuizen
Studley (1936) was de eerste die aantoonde dat gewichtsverlies een risicofactor is voor postoperatieve complicaties. Bij postoperatieve patiŽnten was een gewichtsverlies van meer dan 20% geassocieerd met een mortaliteitsverhoging van 33%, die voornamelijk het gevolg was van infectieuze complicaties.
Sindsdien zijn er vele studies geweest die hebben aangetoond dat in ontwikkelde landen depletie voorkomt bij een zeer groot gedeelte van de ziekenhuispopulatie.
 
Gemiddelden
 
De gemiddelde prevalentie is 41% (variŽrend van 23%-62%) bij chirurgische patiŽnten en 44% (variŽrend van 29%- 59%) bij niet-chirurgische patiŽnten (Naber, 1997). Bij oudere patiŽnten varieert de prevalentie van 5% tot 46% (Tierney, 1996).
 
Variatie
 
De grote variatie in prevalentie hangt samen met het gebruik van verschillende definities van depletie, op basis waarvan ook verschillende diagnostische criteria worden gehanteerd.
 
LPZ meting
 
Jaarlijks worden landelijke metingen uitgevoerd naar ondervoeding in ziekenhuizen. Voor deze metingen verwijzen we naar http://www.lpz-um.nl/forms/lpz/main_lpz_publicaties.html

 
Literatuur
  • Naber T. The assessment of malnutrition in non-surgical patients from macronutrient to micronutrient 1997 (proefschrift).
  • Studley H.O. Percentage of weight loss, a basic indicator of surgical risk in patients with chronic peptic ulcer. JAMA 1936:8:458-460.
  • Tierney A.J. Undernutrition and elderly hospital patients: a review. Journal of Advanced Nursing 1996:23:228-236.
  • Stratton R.J., Green C.J., Elia M. Disease related malnutrition: an evidence based approach to treatment, hoofdstuk 2. CABI publishing 2003, USA.
  • http://www.stuurgroepondervoeding.nl/fileadmin/inhoud/ziekenhuis/documenten/artikelen/PDF_Ondervoeding.pdf