Classificatie onderzoeksruimten azM
De Nederlandse norm NEN3134 kent een classificatie voor medisch gebruikte ruimten, afhankelijk van de aard van het galvanisch contact ( = contact met elektrische apparatuur) met de patiŽnt.
Classificatie vindt plaats op basis van de aard van het galvanisch contact bij medisch handelen:
  • Geen galvanisch contact:  ruimte klasse S0.
  • Alleen uitwendig galvanisch contact: ruimte klasse S1.
  • Galvanisch contact tot in de lichaamsvloeistoffen, maar niet tot aan het hart: ruimte klasse S2.
  • Galvanisch contact tot in of aan het hart: ruimte klasse S3.
Toelichting op de S-classificatie:
 
Een onbedoelde elektrische stroom door het lichaam van de patiŽnt kan zeer ernstige gevolgen hebben (verbranding, ventrikelfibrilleren enz.)
Indien medische apparatuur, galvanisch verbonden met de patiŽnt via bijvoorbeeld elektrodencontact, wordt gebruikt in een ruimte die niet in overeenstemming is met de veiligheidseisen volgens de S-classificatie, wordt hiermee voor de patiŽnt een ongewenst risico geÔntroduceerd.
 
Niet het medische apparaat, maar het medisch handelen met het apparaat bepaalt de S-classificatie van een ruimte.
 
Voorbeeld
 
Een diŽtist voert een bio-impedantiemeting uit met gebruikmaking van huid-elektroden. Hiervoor mag tenminste een S1 ruimte worden gebruikt. Indien er echter een patiŽnt gemeten moet worden met een infuus in de arm, dan zal een S2 ruimte nodig zijn. 
 
Handelingen die nodig zijn voor een reanimatie van een patiŽnt zijn natuurlijk NIET ruimte gebonden.